Van jager-verzamelaar naar supermarkt: wat kunnen we leren van de voeding van onze voorouders?

Van jager-verzamelaar naar supermarkt: wat is er met ons eten gebeurd?

Wat kunnen we leren van de voeding van onze voorouders?

"Vroeger was alles beter." Een uitspraak die je misschien weleens hoort. Maar als het gaat om onze gezondheid ligt de waarheid een stuk genuanceerder.

We leven langer dan ooit, hebben toegang tot uitstekende medische zorg en hoeven gelukkig niet meer elke dag op zoek naar ons volgende maal. Tegelijkertijd kampen steeds meer mensen met vermoeidheid, overgewicht, diabetes type 2, darmklachten en andere chronische aandoeningen.

Hoe kan dat?

Een deel van het antwoord ligt misschien niet in hoeveel we eten, maar vooral in wat we eten.

Ons lichaam is namelijk gebouwd in een wereld die duizenden jaren heel anders uitzag dan nu. Hoewel onze leefomgeving razendsnel veranderde, veranderde ons lichaam en ons DNA veel minder snel mee.

Dat betekent niet dat we terug moeten naar de oertijd. Maar het betekent wél dat we veel kunnen leren van de manier waarop onze voorouders leefden en aten. Er bestaat niet zoiets als hét oerdieet. Wanneer mensen denken aan oervoeding, denken ze vaak aan grote stukken vlees boven een kampvuur. Dat beeld klopt maar gedeeltelijk. Dé oermens bestond namelijk niet.

Onze voorouders leefden verspreid over verschillende continenten, klimaten en seizoenen. Iemand die 20.000 jaar geleden aan de kust leefde, at heel anders dan iemand die in een bos of savanne woonde. Hun menu veranderde voortdurend. Soms was er veel vis. Soms juist knollen. In andere gebieden stonden noten, bessen of wilde planten centraal. Ook eieren, insecten, paddenstoelen, schaal- en schelpdieren en af en toe wat honing maakten deel uit van hun voeding.

Er was dus niet één perfect oervoedings-patroon. Toch hadden vrijwel alle jager-verzamelaars één belangrijk kenmerk gemeen:

Hun voeding bestond bijna volledig uit producten die rechtstreeks uit de natuur kwamen. Geen fabrieken. Geen ingrediëntenlijsten. Geen kunstmatige smaakstoffen. Geen emulgatoren. Geen pakjes of zakjes.

Dat lijkt misschien een klein verschil, maar juist daar zit misschien wel de belangrijkste les. Ons lichaam veranderde langzaam, onze voeding niet veel sneller.

De mens bestaat al ongeveer 300.000 jaar. Gedurende het grootste deel van die tijd leefden we als jagers en verzamelaars. Pas ongeveer 10.000 jaar geleden ontstond de landbouw. Voor het eerst gingen mensen op grote schaal granen verbouwen en dieren houden. Dat veranderde ons voedingspatroon behoorlijk.

Maar de grootste verandering kwam pas veel later. Eigenlijk pas tijdens de industriële revolutie en vooral in de afgelopen honderd jaar. Waar mensen vroeger vooral losse ingrediënten kochten, kopen we tegenwoordig steeds vaker producten die uit tientallen ingrediënten bestaan.

Loop maar eens door de supermarkt: Ontbijtgranen, koek, frisdrank, proteïnerepen, kant-en-klare maaltijden, fruityoghurt, sauzen, vleesvervangers, het overgrote deel van de producten in de supermarkt heeft meerdere bewerkingsstappen ondergaan voordat het op je bord belandt.

Dat is niet per definitie slecht. Het invriezen van groenten is namelijk óók een bewerking, net als het maken van yoghurt, olijfolie of kaas. Maar er is een verschil tussen bewerkte voeding en ultra-bewerkte voeding. En juist daar gaat het vaak mis. Misschien  heb je de term ultra-bewerkte voeding weleens gehoord. Onderzoekers gebruiken hiervoor de zogenaamde NOVA-classificatie: Ultra-bewerkte voeding bestaat meestal uit ingrediënten die je zelf nauwelijks in je keuken gebruikt.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • glucosestroop;
  • maltodextrine;
  • gehydrogeneerde vetten;
  • smaakversterkers;
  • kleurstoffen;
  • emulgatoren;
  • verdikkingsmiddelen;
  • kunstmatige aroma's.

Deze producten zijn vaak ontworpen om:

  • extra lang houdbaar te zijn;
  • gemakkelijk mee te nemen;
  • onweerstaanbaar lekker te smaken;
  • zo min mogelijk bereidingstijd te vragen.

En zo ontstaat er een probleem, omdat dit soort producten op dagelijkse schaal veel worden genuttigd en een groot deel van onze dagelijkse voeding bevat. Onderzoek laat zien dat in veel westerse landen meer dan de helft van alle calorieën afkomstig is uit ultra-bewerkte voeding. In sommige landen ligt dat aandeel zelfs rond de 60%.

Waar onze voorouders voornamelijk voeding aten die rechtstreeks uit de natuur kwam, eten wij steeds vaker producten die door meerdere industriële processen zijn gegaan.

Stel je voor dat je een prachtige oldtimer hebt. Je stopt er de verkeerde brandstof in. Waarschijnlijk rijdt hij nog wel. Misschien zelfs jarenlang. Maar uiteindelijk gaat de motor minder soepel lopen. Zo kun je ook naar het menselijk lichaam kijken. Ons lichaam is ongelooflijk sterk en kan veel opvangen. Toch heeft het voor iedere cel bouwstoffen nodig zoals vitamines, mineralen, vezels, eiwitten, gezonde vetten en antioxidanten. 

Wanneer voeding vooral veel calorieën levert maar relatief weinig voedingsstoffen bevat, moet je lichaam harder werken om alles goed te laten verlopen. Dat merk je niet altijd direct, maar op de lange termijn kan het wel invloed hebben op hoe je je voelt én op je gezondheid.

Om mij heen zie ik regelmatig mensen die ontzettend hun best doen om gezond te eten. Ze kopen producten waarop "vezelrijk", "eiwitrijk", "suikervrij" of "verantwoord" staat. Toch voelen ze zich nog steeds moe, ervaren ze veel trek of blijven darmklachten aanwezig. Vaak ligt dat niet aan een gebrek aan motivatie. Onze supermarkt maakt het ons simpelweg niet gemakkelijk.

Marketing vertelt ons wat gezond zou zijn, terwijl de ingrediëntenlijst soms een heel ander verhaal vertelt. Daarom geloof ik niet dat gezondheid begint bij een streng dieet of het tellen van calorieën. Ik geloof dat gezondheid begint bij de basis. Bij échte voeding.

Voeding die zo dicht mogelijk bij de natuur staat. Niet omdat vroeger alles beter was. Maar omdat ons lichaam al honderdduizenden jaren heeft geleerd om dáármee om te gaan.

Wat zegt de wetenschap? Steeds meer onderzoek laat zien dat mensen die veel ultra-bewerkte voeding eten gemiddeld een grotere kans hebben op onder andere overgewicht, diabetes type 2 en hart- en vaatziekten. Ook worden verbanden gevonden met darmproblemen, depressieve klachten en een verhoogd risico op vroegtijdige sterfte.

Dat betekent niet dat één koekje of kant-en-klaarmaaltijd ongezond is. Het gaat om het totaalplaatje. Hoe groter het aandeel ultra-bewerkte voeding in je dagelijkse eetpatroon, hoe groter de kans dat je belangrijke voedingsstoffen misloopt.

Daarnaast blijkt uit onderzoek dat ultra-bewerkte voeding invloed kan hebben op hoeveel we eten. In een bekende studie aten deelnemers ongemerkt gemiddeld ruim 500 kilocalorieën per dag méér wanneer zij een ultra-bewerkt voedingspatroon kregen dan wanneer zij voornamelijk onbewerkte voeding aten. Beide voedingspatronen bevatten op papier ongeveer evenveel calorieën, vetten, eiwitten en koolhydraten. Toch aten mensen vanzelf meer van de ultra-bewerkte voeding.

Terug naar de basis, hoe dan? Gelukkig hoef je echt niet terug naar de oertijd om de voordelen van een natuurlijker voedingspatroon te ervaren. Vaak maken juist de kleine keuzes het grootste verschil.

Mijn tip: bedenk bij alles wat je in je mond stopt: is dit vulling of voeding? Is dit brandstof voor mijn cellen of alleen maar lucht/suiker/iets anders wat niet voedend is voor je lijf? Vul je lichaam in ieder geval voor 80% met de juiste brandstof, dan heb je altijd nog ruimte voor dat heerlijke koekje. 

 

 

 

 

Bronnen

Hall KD et al. Ultra-Processed Diets Cause Excess Calorie Intake and Weight Gain. Cell Metabolism. 2019.Lane MM et al. Ultra-processed food exposure and adverse health outcomes. BMJ. 2024.Monteiro CA et al. The NOVA Classification of Foods. Public Health Nutrition. 2019.Cordain L. Origins and evolution of the Western diet. American Journal of Clinical Nutrition. 2005.Eaton SB, Konner M. Paleolithic Nutrition. New England Journal of Medicine. 1985.World Health Organization (WHO). Healthy Diet.

 

 

 

 

Goed om te weten
De informatie die je hier leest is bedoeld om je inzicht te geven in voeding en gezondheid. Het is geen vervanging van medisch advies. Bij klachten of twijfel: neem altijd contact op met je arts of behandelaar. Orthomoleculaire begeleiding is aanvullend en ondersteunend.

 

Information icon

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.